Heliocentrisme

De heliocentrische theorie of heliocentrisme gaat er van uit dat de zon het middelpunt van het universum is, waar alles om heen draait, of het middelpunt van het zonnestelsel, waar de planeten omheen draaien.

Oude Griekse filosofen, zoals Pythagoras, kwamen reeds op het idee dat de aarde niet het middelpunt was. Vaak bevatten hun theorieën echter wel eigenaardigheden, zoals het bestaan van een 'tegenaarde' en de 'haard van het heelal'. Aristarchus (320-250 voor Chr) was voorzover bekend de eerste die een heliocentrisch wereldbeeld schetste. Hij had gesteund op de theorie van Heracleides (387-312 v. Chr.).

Het heliocentrisme is in het Westen op wetenschappelijke basis gevestigd door het werk van Nicolaus Copernicus en Galileo Galilei. Copernicus' boek, Over de omwenteling van de hemelse sferen (De Revolutionibus Orbium Coelestium) werd in 1543 gepubliceerd toen hij op het sterfbed lag. Aanvankelijk veroorzaakte het geen grote opschudding, vooral dankzij de kerk, die de passages over het heliocentrisme verbood. Het heliocentristische wereldbeeld is pas echt populair geworden door Galilei en Johannes Kepler, die enkele harde wetenschappelijke bewijzen aandroegen.

De voornaamste argumenten voor het heliocentrisme waren:

Het bestaan van epicycli, die ontstaan doordat de aarde een andere planeet 'inhaalt' Het optreden van parallax Het feit dat Jupiter manen had, en dus niet alles om de aarde draaide Beschrijvingen van planeetbanen door Galileo en Kepler aan de hand van waarnemingen De Rooms-Katholieke Kerk was een groot tegenstander van het heliocentrisme. Dit had verschillende redenen:

De bijbel stelt in verschillende verzen expliciet dat de aarde het midden is van het universum, omringd door de hemel, met in het midden van de aarde de 'bodemloze put', de hel Als een van twee voorwerpen om de ander heen draait, en er verder geen punt is waaraan je het stilstaan van een van beide voorwerpen zou kunnen relateren, moet het voorwerp dat het laatst gekomen is in een baan om het eerste voorwerp gaan. De aarde is volgens Genesis 1 als eerste gemaakt, de zon moet er dus om heen draaien. Filosofisch-theologische argumenten. De Griekse wetenschap: de in die tijd hoogst geachte wetenschappers, zoals Ptolemeus, hadden een geocentrisch wereldbeeld.

Wetenschappelijke onderbouwing

Dat Copernicus met een nieuw wereldbeeld kwam wil nog niet zeggen dat het algemeen aanvaard werd. De kerk had grote bezwaren en er was nog geen empirische onderbouwing van de door hem gelanceerde theorie.

Tycho Brahe, die een geocentrisch wereldbeeld aanhing, trachtte de theorie van Copernicus te falsifiëren door waarnemingen te doen. Op basis van zijn gegevens, die zonder telescoop werden gedaan, kwam hij tot een nieuwe theorie: de maan en de zon draaiden in concentrische cirkels rond de aarde. De planeten op hun beurt draaiden om de zon. Dit wereldbeeld kan als overgang gezien worden van het geocentrisme naar het heliocentrisme. Zijn assistent en opvolger Kepler gebruikte later Brahes observaties van Mars als basis voor de formulering van zijn beroemde wetten.

De uiteindelijke overwinning van het heliocentrisme werd behaald door de waarnemingen die Galilei in 1609 deed met de net uitgevonden telescoop en door de wetten van Kepler, die binnen een heliocentrisch wereldbeeld de planeetbanen op veel eenvoudiger manieren beschreven dan tot dan toe mogelijk was geweest. Galilei werd overigens in 1616 voor zijn opvattingen door de Inquisitie tot levenslang veroordeeld en Paus Johannes Paulus II heeft in 1992, 350 jaar na de dood van Galilei, officieel verklaard dat Galilei onschuldig was.

Tegenwoordig zijn mensen die denken dat de aarde in het centrum van het universum staat zeldzaam, en het zijn nooit wetenschappers. Een van de grootste filosofen van de moderne tijd, Friedrich Nietzsche (1844-1900), was echter fel gekant tegen de Copernicaanse theorie: hij vond dat zij indruiste tegen de zintuiglijke waarneming. Zie hierover ook geocentrisme.

In de 16e eeuw werd door Giordano Bruno het idee naar voren gebracht dat de zon een ster was, net zoals de vele andere. Om die sterren zouden weer planeten draaien, zoals om onze zon. Hij beschreef deze gedacht in zijn boek De l'Infinito, Universo e Mondi.

Later is ook het heliocentrisme als wetenschappelijke theorie weer verworpen. Een belangrijke rol speelde hierin het werk van William Herschel uit 1802. Hij ontdekte dat de zon bewoog ten opzichte van sterren. Gedurende 20 jaar had hij 90.000 sterren bestudeerd, en hij kwam tot de conclusie dat de Melkweg een platte schijf van sterren was, en dat de zon niet meer dan één van die sterren was.

Nog later bleek ook het melkwegstelsel slechts één van de vele sterrenstelsels te zijn, en volgens de huidige ideeën is er geen deel van het heelal dat meer bijzonder zou zijn dan de andere zodat het als het 'middelpunt' zou kunnen gelden.

Bron: Wikipedia
Links





Warning: include(comments/showarticle.php) [function.include]: failed to open stream: No such file or directory in /home/astronomie/domains/astronomischebegrippen.nl/public_html/astronomie/Heliocentrisme.php on line 92

Warning: include() [function.include]: Failed opening 'comments/showarticle.php' for inclusion (include_path='.:/usr/local/php5/lib/php') in /home/astronomie/domains/astronomischebegrippen.nl/public_html/astronomie/Heliocentrisme.php on line 92
I
  • Io
  • Y
    0